Maté, ook wel Chimarrão (Portugees), Chimarron (Spaans) of Paraguaythee genoemd, is een infusie die vooral in Zuid-Amerika gedronken wordt. De drank is typisch voor het zuiden van Brazilië en omringende landen als Paraguay, Bolivia, Uruguay en Argentinië. Van het laatste land is het de nationale drank. Maté is aftreksel van de jonge blaadjes en knoppen (Portugees: Erva Maté; Spaans: Yerba Maté) van de Matéplant: Ilex Paraguariensis. De werknemers snijden de takken uit de hoge bomen met messen en vervoeren ze in gevouwen witte lakens naar de ‘drying factories’ waar ze direct verwerkt moeten worden om de antioxidanten en andere geneeskrachtige eigenschappen te behouden. De inheemse Guarani bereiden de thee heden ten dage nog steeds voor gezondheid bevorderende doeleinden. Ze gebruiken het om het immuunsysteem te versterken, het bloed te zuiveren en ontgiften, het zenuwstelsel te versterken, veroudering tegen te gaan, vermoeidheid te bestrijden, de geest een oppepper te geven, de eetlust onder controle te houden, hulp bij afvallen en tegen verzwakking, stress en slapeloosheid. Er zijn vele typen Maté, met en zonder stokjes (‘con palo’ of ‘sin palo’). Een premium Maté is een ‘sin palo’. Sommige soorten zijn minder sterk van smaak en er zijn melanges met o.a. munt, sinaasappel en citroen. Maté was een belangrijk product toen echte thee nog heel duur was. De Jezuïeten die in Argentinië gevestigd waren, zagen het als een oplossing voor het overmatig alcoholgebruik van de lokale bevolking.